Verhuld engagement op RijksakademieOpen 2011

De Rijksakademie publiceerde een recensie die ik schreef op hun blog voor de RijksakademieOpen 2011. Klik hier voor de oorspronkelijke post.
.

Verhuld engagement op RijksakademieOpen 2011

.
.
Op een gang in de Rijksakademie leunt een protestbord achteloos en verlaten tegen de muur.

Art is food / Kunst verzacht pijn,

het vecht tegen onrecht & stompzinnigheid!

Kunst is vrijheid! Kunst is als goed brood,

als witte wolken in blauwe lucht! Hurrah!

Deze cynische verzameling boude uitspraken over het belang van kunst, door een onbekende neergezet, is een van de weinige werken op deze editie van RijksakademieOPEN waarin wordt verwezen naar de bezuinigingen in de kunstensector. Het is zeker het enige waarin dat zo expliciet gebeurt. Er is dit jaar een behoorlijke hoeveelheid geëngageerde kunst, maar zonder uitzondering genuanceerd, ingetogen zelfs. Daarmee tonen de residenten zich volwassen genoeg om het inmiddels zinloze gevecht tegen de overheidsingrepen te laten voor wat het is.

Rebecca Stephany - detail installatie (foto: Willem Vermaarse)

Rebecca Stephany – detail installatie (foto: Willem Vermaarse)

Uitdagend hangt Rebecca Stephany de ludiek ogende stelling [anarchieteken]+[vredesteken]=[smiley] tussen toegankelijke schilderijen waarin de primaire kleuren enerzijds en zwarte en witte verf anderzijds tot abstracte beelden vermengd zijn. Zo ontstaat een quasi-wetenschappelijke achtergrond voor de formule van de maatschappelijke krachten anarchie, vrede en geluk. Afbeeldingen van Albert Einstein en Marilyn Monroe vloeien in elkaar over en vormen een bindende factor: het verhullen van politiek, wetenschap en populaire cultuur achter een ogenschijnlijk eenvoudig netwerk van artistieke elementen, lokt een vrije gedachtevorming uit over de verschillen en overeenkomsten tussen artistiek, wetenschappelijk en ideologisch denken. Stephany is een van de kunstenaars die hun engagement diep onder een boeiende laag van esthetische ingrepen of kunstgeschiedenis leggen.

Zo’n voorzichtige benadering van de relaties tussen kunst en politiek hangt samen met de recente heropleving van het debat rond de autonomie van kunst ten opzichte van politiek en andere sociaal-economische krachten. Moet kunst vooral proberen ‘kunst’ te zijn, zich bezig houden met haar verschijning, de tentoonstellingsruimte, de beschouwer, met kunstgeschiedenis, en dat zo poëtisch en filosofisch mogelijk? Of moet kunst, als een speciale, vrije uitdrukkingsvorm haar stem doen gelden in het openbare leven? Moet kunst uitspraken doen, en zo ja, over kunst of over de wereld? Het beste antwoord op dit dilemma wordt gegeven door kunstenaars die zich bewust zijn van de zwakte om al te opdringerig en simplistisch denkbeelden spuien, en het beste van beide domeinen bovenhalen. Die laten zien dat kunst als een buitencategorie zonder gebruiksfunctie intelligent en met genoeg ruimte voor interpretatie nieuwe inzichten kan bieden op kunst in het bijzonder en onze leefomgeving in het algemeen. Het een maakt immers per definitie deel uit van het ander. Op dit moment zou de grootste uitdaging voor kunstenaars moeten zijn onze opvattingen werkelijk te veranderen, niet door eenzijdige meningen te verkondigen maar juist door subtiel, genuanceerd en met aandacht voor de vorm proberen onze opvattingen te verdiepen.

Annaïk Lou Pitteloud toont het scherpst de twijfel over het vermogen van kunst om een politieke rol te spelen. Ze neemt daarvoor als referentiekader de vormentaal van minimalistische kunst, symbool voor de mogelijkheid om meer betekenis te hebben dan er op het eerste gezicht gecommuniceerd wordt. Een klein zwart kubusje samengeperste inkt op een kleine metalen houder aan de muur verwijst naar een anarchistisch boek, dat naar aanleiding van de banlieurellen van 2005 als een terroristisch geschrift wordt gezien: het bevat precies zoveel inkt als nodig is om een exemplaar van dat werk te drukken. In eerste instantie suggereert Pitteloud dat zo’n kunstwerk ons begrip van het verband tussen de sociale problemen en ideologie kan verfijnen, net zoals minimalistische kunst in staat was om ons de relaties tussen het kunstwerk, de toeschouwer en de tentoonstellingsruimte in te laten zien. Maar zo eenvoudig lukt dat niet, er kunnen geen echte conclusies worden getrokken. Dat begrijpt Pitteloud ook, zo blijkt: een beveiligingscamera-achtig videobeeld van een basketbalveldje waar bijna niets gebeurt, laat zien dat kunst vooral goed is in registreren, tonen en eventueel anderen kan aanzetten tot handelen, maar ook dat kunst niet geschikt is om zelf werkelijk in te grijpen – zoals de politie gebruik maakt van zulke beveiligingsbeelden.

Gert Jan Kocken - installatieoverzicht (foto: Roy Taylor)

Gert Jan Kocken – installatieoverzicht (foto: Roy Taylor)

Hoe vernuftig en verantwoord strategieën zoals die van Stephany en Pitteloud ook zijn, het is erg verfrissend als een kunstenaar het autonomiedebat buiten beschouwing laat en zich gewoon op de werkelijkheid stort. Dat doet Gert Jan Kocken, met een reconstructie van de politieke, wetenschappelijke en praktische invloeden op de atoomaanvallen op Hiroshima en Nagasaki. Door opvallende, veelzeggende en relatief onbekende beelden, documenten en uitspraken van deze geschiedenis voor de verandering zonder ideologische vooringenomenheid te presenteren, brengt hij als een soort onderzoeksjournalist de ambivalentie en bredere zeggingskracht van deze omvangrijke en complexe gebeurtenis aan het licht. Als kunstenaar onderscheidt Kocken zich van de journalist door zich te concentreren op visuele documenten, en die op groot formaat en met zo min mogelijk ‘ruis’ te reproduceren. Een bijzonder goed voorbeeld hiervan is een andere serie, waarin hij door een grote hoeveelheid stadsplattegronden met verschillende functies ‘doorzichtig’ over elkaar heen weer te geven de historische meerduidigheid van een stad inzichtelijk maakt. Een werk toont Berlijn zo in al haar politieke facetten onder het Naziregime, een ander het communistische beeld van de stad tijdens de Koude Oorlog. Het reusachtige formaat en de verschillende invalshoeken van de kaarten die tegelijk zichtbaar zijn, resulteren in een rijke voedingsbodem voor heroverweging van de geschiedenis. De effectiviteit van Kockens strategie – onderzoeken, zo objectief mogelijk weergeven en niet dichtmetselen met conclusies – blijkt ook uit het feit dat andere kunstenaars met een vergelijkbare werkwijze net zo veel bereiken, zoals Alberto de Michele en Rossella Biscotti.

Ayman Ramadan - installatiezicht (foto: Roy Taylor)

Ayman Ramadan – installatiezicht (foto: Roy Taylor)

Ayman Ramadan gaat nog een stap verder, net als Fidel García. Ramadan toont in zand begraven nieuwsberichten (van één dag, ten tijde van de Arabische Lente) naast een projectie van de pijnlijke Arabische scheertechniek, waarbij de klant er trots op is dat hij zo’n behandeling zonder klagen doorstaat – met tranen in de ogen. Het atelier van Fidel García lijkt op een spionnenkantoor: een sterke radio-ontvanger op zonne-energie, een gigantische hoeveelheid uitgeprinte documentatie over hacken en andere controversiële onderwerpen zijn strak en aantrekkelijk geïnstalleerd. Een computerscherm toont een computervirus dat 28% van het geheugen van een computer verwijdert op het moment dat de gebruiker zich in een ideologie verdiept. 28 was het percentage van de hersenverbindingen dat door de ontwikkelaars van de lobotomietechniek – regelmatig uitgevoerd op andersdenkenden – in de jaren ’30 noodzakelijk werd geacht om te verwijderen.

Hamid El Kanbouhi - installatieoverzicht (foto: Roy Taylor)

Hamid El Kanbouhi – installatieoverzicht (foto: Roy Taylor)

Het beste werk op deze editie van RijksakademieOPEN is van de Nederlandse Marokkaan Hamid El Kanbouhi, een veelzijdige installatie die Casting heet. Buiten zijn ruimte legt een stewardess uit hoe je daar precies naar binnen moet gaan: hoofd eerst door het gordijn, naar rechts kijken, en dan pas de kamer betreden. Maar eerst moet je langs een slagboom, door een wachthuisje en over een smalle brug. Nieuwsgierig wat er rechts achter het gordijn te zien is, kijk je in de lens van een camera die een foto van je maakt. De rest van de kamer is langs alle wanden gevuld met grote schilderijen van jonge jetset-dames achter tralies. Drie van zulke vamps staan in de ruimte rokend en cocktails drinkend over de high society te praten. In het midden van de zaal staat een grote, hoge kooi met drie jongens erin: met een Noord-Afrikaans uiterlijk en straatkleding komen ze over als stereotype hangjongeren. De deur van de kooi staat open, maar ze komen er niet uit, en eigenlijk durft geen van de bezoekers er bij te gaan staan. Af en toe bestellen ze iets te drinken bij een eenvoudig ingerichte bar, gerund door een Nederlandse kelner in smoking. Terwijl de bezoekers verbaasd naar deze taferelen kijken worden ze beoordeeld door een driekoppige jury. In overleg en met behulp van de foto’s en evaluatieformulieren, geven ze de bezoekers cijfers en commentaar, en ‘labelen’ ze mensen met termen als ‘Amsterdamse’, ‘metroman’ en ‘hard toe aan een ander kapsel’. Bij het verlaten van de ruimte kan je je juryrapport inzien. De uitgang is een achterdeur naar een brandtrap, waar je ineens in je eentje in de kou staat, en een paar verdiepingen naar beneden moet (je kan niet terug, de deur gaat alleen van binnen open), nadenkend over het schouwspel waarvan je zojuist getuige en onderwerp was. El Kanbouhi’s perfecte allegorie op de dagelijkse realiteit van oordelen, uitsluiting, oppervlakkigheid en statussymbolen werkt zo goed omdat het de bezoeker, die daar normaal gesproken is om zijn mening te vormen over kunstwerken, tegelijkertijd openlijk en kritisch beoordeelt en confronteert met verschillende sociale klassen. El Kanbouhi toont aan dat iedereen aan deze dynamiek deelneemt.

Moet een kunstenaar uitspraken doen, en zo ja, waarover? Echt sterke kunst hoeft geen meningen uit te spellen om juist anderen weloverwogen, intelligente en productieve uitspraken te laten doen.

RijksakademieOPEN 2011 vond plaats van 23 tot 27 november 2011 in Amsterdam.

Met speciale dank aan Arif Kornweitz, die me niet alleen wees op de mogelijkheid een recensie over de RijksakademieOPEN te schrijven, maar ook inhoudelijk mee heeft gedacht.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: