David Jablonowski: Material Kontingenz

Material Kontingenz

David Jablonowski

23 januari – 14 maart 2010

Stedelijk Museum Bureau Amsterdam

Rozenstraat 59, Amsterdam

http://www.smba.nl

Jesse van Winden, februari 2010

 

Mogelijke verdieping wordt gehinderd door gebrekkige inhoud

David Jablonowski (1982), een in Amsterdam woonachtige Duitse kunstenaar, gebruikt zijn bezoek aan Iran als case study in zijn meest recente installaties. Beelden van Tchongha Zanbil, een drieduizendjaar oude ziggurat, een Mesopotaans soort piramide, de Azadi-toren en het historisch museum daaronder in Teheran, zijn in Stedelijk Museum Bureau Amsterdam leidmotieven in zijn tweede solo-expositie. In hun koele, glanzende strakheid, vormen de ruimtelijke objecten een esthetisch gecomponeerde dialoog met de oudheid, door middel van hedendaagse beeldcommunicatie-gerelateerde materialen. In die zin fungeert Material Kontingenz als een sculpturale verhandeling over de reproductie van oermaterialen in het digitale tijdperk. De vergelijkbaarheid van een groot aantal sculpturen put hun contemplatieve potentie echter al te snel uit, waardoor twee erg goede monumentale werken niet volledig in staat zijn de tentoonstelling te redden.

Het gepolijst vormgegeven sleutelwerk Tchogha Zanbil bestaat uit een staande constructie van geborsteld aluminium, waaraan een tweede plaat aluminium en een flatscreen scharnieren. De reflectie in het aluminium bestaat uit een doffe waas van neonlicht in alle kleuren. Het scherm toont hallucinaire beelden in felle kleuren, van de multimediale tentoonstelling over het Mesopotaanse en Perzische verleden in het Azadi-museum, en van de kleurrijk verlichte, door de laatste sjah gebouwde Azadi-toren. En dan, in daglicht, Tchongha Zanbil, met inscripties in de stenen blokken, begeleid door een animatie van een celluloidfilm uit een computerprogramma om filmpjes mee te monteren. Beelden uit deze film gebruikt Jablonowski in tal van andere werken, die al even clean opeenstapelingen laten zien van materialen voor offsetdruk, spiegelende blokken – als referentie aan de stenen van Tchongha Zanbil –, gipsblokken, en inderdaad een aantal filmstills. Zo maakt Jablonowski een vertaalslag naar hedendaagse equivalenten van spijkerschrift in zandsteen. In Tchongha Zanbil, Loop zijn spiegelblokken op een gipssokkel gezet, en verbonden door liggende foto’s van de oeroude zandsteen met de ingemonteerde filmstrip. Het lijkt alsof de filmstrip door de spiegelende blokken heen loopt. Het effect is een semiotische cyclus van oud en nieuw, origineel, reflectie en reproductie. Ook een werk als Multiple, waar een minimalistische gipssculptuur op een scanner is gezet, die op zijn beurt op een offsetplaat, drukmaterialen en een gipsblok rust, speelt met deze motieven.

De werking van materiële reproductieprocessen probeert Jablonowski subtiel te visualiseren, let bijvoorbeeld op het terugkerende motief van de regenboogkleuren, ook aan de randen van de offsetplaten. Die ontstaan normaal gesproken door de verhitting van het materiaal tijdens het drukproces. Dit laat hij terugkomen in één van de twee grotere werken: Still, 2.39:1 is een gigantisch wit stucwerk ter grootte van een bioscoopscherm (2.39:1 is een gangbare verhouding voor projecties), met aan de onderkant dezelfde pastelkleuren. Erboven hangen verwarmingselementen.  Het zou ook een stukje zelfkennis van Jablonowski kunnen zijn, die weet dat zijn werken geen warmte uitstralen, maar juist dit werk heeft eigenlijk geen foefjes nodig. Het indrukwekkend genoeg op zich. Dat geldt ook voor het meest opvallende werk in de ruimte, het iets oudere Disposition uit 2009. Een gigantisch langwerpig blok piepschuim wordt gedragen door drie poten met draaibare, organisch gevormde delen van wit gips. Een vreemd bedrukte metalen plaat hangt over de rand van het piepschuim. Het intrigeert omdat het nét niet te duiden is, omdat je er omheen en onderdoor kan blijven lopen, de poten kan blijven bewegen, zonder iets te veranderen in de structuur en de aard van het werk, of in de structuur en de aard van de bewonderende verwarring, die in de dromende bezoeker eveneens gehandhaafd blijft.

Op dit curieuze object na, suggereren de werken een diepgang die ze bij nader inzien zelf niet herbergen, of hierin beperkt worden door de al te aanwezige case study. De werken zijn esthetisch subtiel, maar een opgelegde symboliek vermindert hun zeggingskracht. Om te illustreren dat ook een iets grotere vormentaal nog geen verrijking hoeft te zijn als de inhoud net te vlak blijft, doe ik een aantal suggesties voor objecten die in het verlengde van Jablonowski’s recente werk liggen.

Een foto van een belangrijke archeologische locatie, een prisma, en een aantal glazen platen in elkaars verlengde gezet, op een aluminiumplaat, dat weer op een gipsblok is gezet. Of, een gipssculptuur omgeven door spiegelende wanden, met daarnaast spiegelende wanden zonder object in het midden. Of, stucwanden in alle gangbare beeldratio’s, achter elkaar geplaatst.

Hoewel Stedelijk Museum Bureau Amsterdam van het veelomvattende begrip ‘contingentie’ in een toelichting een intellectuele maar onsamenhangende definitie in sociologische betekenis geeft, zou de titel van de tentoonstelling, Material Kontingenz ook gewoon kunnen betekenen dat er ook ander materiaal gebruikt had kunnen zijn, of dat er evengoed helemaal geen materiaal had kunnen zijn. Maar dat zou weer geen recht doen aan het esthetisch potentieel, waar Jablonowski’s zeggingskracht toch vooral op rust.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: